Stichting PDL Stichting PDL » Informatief » Congres 2006 » Warme Zorg
 
Stichting PDL

Warme Zorg, een pleidooi

Mw. Antoinette Quaars
Activiteitenbegeleidster, Verpleeghuis De Stelle, Oostburg
Mw. Marieke Villerius
Verpleegkundig hoofd afdeling psychogeriatrie, Verpleeghuis De Stelle, Oostburg

Warme Zorg

Door het dementeringsproces vallen zekerheden weg. Angst en onzekerheid komen meer op de voorgrond naarmate het bekende en het eigene verdwijnt. Dementerenden gaan instinctief op zoek naar warmte en veiligheid. Dit heeft te maken met de hechtingsdrang en herkenbaarheid is hier belangrijk. Om die warmte en veiligheid te kunnen beiden biedt de afdeling:

  • een leefomgeving die vertrouwd aandoet, nabijheid en contact met hulpverleners, herkenbare dagindeling, dagnachtritme, een dagstructuur.

  • beperking van fixatiemiddelen en medicatie

  • vrijheid van bewegen, zonder belemmering kunnen wandelen en jezelf mogen zijn.

  • waar mogelijk ook de tuin als therapeutische buitenruimte inrichten en gebruiken.


Snoezelen

Snoezelen is primair gericht op het leggen van contact met ernstig demente oude mensen door het creëren van een veilig leefklimaat en het teweegbrengen van gevoelens van eigenwaarde, ontspanning en rust. De innerlijke leefwereld van ernstig dementerende oude mensen staat centraal. Zij mogen dement zijn en worden in hun waarde gelaten. Zij moeten zo min mogelijk gecorrigeerd worden. Er wordt een specifiek appel gedaan op de zintuiglijke waarnemingen waarbij zij in de gelegenheid gesteld worden om hun emoties en gevoelens te uiten.

Snoezelen wordt in een sfeervolle ruimte gedaan met lichteffecten en sfeermuziek. Er kan met materialen gewerkt worden, met geuren, met massage, met smaken, enz. De rol van de begeleider is deels actief door te signaleren en middelen aan te reiken en deels passief door de bewoner met materiaal bezig te laten. Het vraagt ook een houding van de hulpverlener die openheid en vertrouwen uitstraalt. Stem en lichaamstaal zijn hierbij belangrijk.

Naast het hoofddoel van snoezelen kan men ook denken aan werkdoelen als:

  • -selectief aanbieden van prikkels

  • -kanaliseren van energie/agressie

  • -contact bevorderen

  • -leefwereld verruimen

  • -aanbieden van sfeer en rust

 

Passiviteiten van het Dagelijks Leven

Bij PDL staat het zo comfortabel mogelijk maken van de bewoner - binnen de mogelijkheden-  voorop. De beperkingen van de bewoner zijn geaccepteerd en alle handelingen zijn daar op afgestemd zoals de lichamelijke verzorging, de rolstoel, de kleding, de fysiotherapie, het gebruik van de maaltijden enz.

Dit wordt toegepast bij bewoners die niet meer in staat zijn zichzelf te verzorgen, dit zijn vaak diep demente mensen. Hoewel PDL eigenlijk gericht is op passiviteit, is een primaire zintuigactivering functioneel. De bewoner laat via de zintuigen merken of iets prettig wordt gevonden of juist niet. Dit verhoogt het gevoel van veiligheid en geborgenheid.
 Hierbij pleit ik voor een actieve participatie van verzorgenden. Op de specifieke rol van de Activiteitenbegeleiding wordt later in gegaan.
Als verzorgende kan je al vanaf het moment van wakker worden zorg verlenen die warm is en stimulerend.

Activiteiten begeleiding, PDL en Warme Zorg

"Een activiteitenbegeleider is iemand die gespecialiseerd is in het zoeken naar dagbestedingsmogelijkheden voor mensen op grond van hun ziektebeelden, handicaps en beperkingen daar zelf onvoldoende mogelijkheden toe hebben.

Binnen deze beroepsopdracht kan dan, vanuit gespecialiseerde kennis de vraag naar dagbesteding worden beantwoord. Activiteiten zoals arbeidsmatige, ontspanningsactiviteiten, zelfzorgactiviteiten, ADL Activiteiten en zintuiggerichte activiteiten kunnen een bijdrage leveren aan een zinvolle dagbesteding."
(C.Laming activiteiten methodiek.)

De meerwaarde van een activiteitenbegeleider

Wanneer er een fysiotherapeut buiten loopt met een bewoner zegt men:"hij leert de bewoner weerlopen".
Wanneer een arts met een bewoner buiten loopt zegt men:"de arts is bezig met het geven van een consult".
Wanneer er een activiteitenbegeleider buiten loopt met een bewoner, zegt men:"wat hebben jullie toch een mooi baantje. Een vrijwilliger kan dat toch ook".

Gespecialiseerde kennis

Om aan een hulpvraag van de bewoners tegemoet te komen is een gespecialiseerde kennis van ziektebeelden, doelgroepen, begeleidingswijzen en methodisch werken noodzakelijk. Het methodisch werken is een manier om inzichtelijk te werken. Het is gestoeld op visies.
Van een activiteitenbegeleider wordt verwacht dat die een duidelijke visie heeft tav. het beroep en de doelgroep. Als ab-er aangeven waar je mee bezig bent en waarom. Deze inzichten verwerken in het zorgplan. Dit is belangrijk in samenwerking met de verzorgenden op de afdeling en andere disciplines. Multidisciplinair werken.

Activiteitenbegeleiding begint bij jezelf.

Zelf ben je het instrument naar de bewoner toe. Een stuk bewustwording is belangrijk, zelfreflectie is nodig;
Hoe heb ik gehandeld en waarom ben ik daar tevreden over en waarom/niet? Zou ik de volgende keer hetzelfde doen of juist iets heel anders? Wat kan ik er van leren?
Analyse van eigen beroepsmatig handelen kan dmv. interne en externe scholingsmogelijkheden
Eigen gedrag analyseren, respons vragen, kernkwaliteiten ontdekken.
De kern van het vakgebied
Het beschrijven van de hulpvraag van de dementerende bewoner als uitgangspunt om over na te denken.

Hoe denken wij te weten wat de ander als zinvol ervaart?

  © 2001-2010 Stichting PDL
Powered by Etomite CMS.