Stichting PDL Stichting PDL » Informatief » Congres 2006 » Haptonomie
 
Stichting PDL

Haptonomie als basis voor PDL

Annette Beeftink
Fysiotherapeute bij de Praktijk Bewegingstherapie en haptonomisch coach bij PRESENZ, Hilversum

De verhouding tussen PDL en haptonomie

Bovenstaande titel geeft een verhouding weer tussen haptonomie en PDL, namelijk: haptonomie als basis of grondslag voor PDL.
Om te komen tot een verduidelijking van de relatie tussen PDL en haptonomie is het goed om kort stil te staan bij de definities van beide begrippen.
PDL wordt omschreven als een complex van maatregelen, voorzieningen en handelingen dat bijdraagt tot een optimale begeleiding, verzorging of verpleging van mensen bij wie zelfzorgtekorten niet zijn op te heffen (werkboek P.D.L. 1991).

Haptonomie is de wetenschap der affectiviteit (Veldman Sr. 1987). Men zou ook kunnen zeggen: de wetenschap van het gevoel in de ruime betekenis van het woord. Zij houdt zich bezig met de relatie tussen de tast en het gevoelsleven, en is dus zowel lichaams- als mensgericht. Het toepassen van haptonomie is te beschouwen als een benaderingswijze, waarbij er sprake is van een persoonlijke ontmoeting - een ontmoeting van mens tot mens (Veldman Sr. 1987; Gerritse 2002.; Veldman jr. 2004).

Beide begrippen blijken van een heel andere orde te zijn. Hoewel het menselijke contact bij beide centraal staat, is PDL - gezien de omschrijving - praktisch van aard. Haptonomie zegt, door een voortdurende wisselwerking tussen theoretische doordenking en praktische verkenning (Veldman Sr. 1987 pag. XVII), een wetenschappelijk karakter te hebben en is belevings- en gevoelsgericht.

Wat PDL en haptonomie bindt, is een overlappende mensvisie, waarbij wordt uitgegaan van het accepteren van de passiviteiten, c.q. beperkingen, als horend bij déze mens.

Aan deze acceptatie wordt gehoor gegeven met op de persoon afgestemde maatregelen, voorzieningen en handelingen. Het getuigt van een respectvolle benadering van onze medemens en daarmee van onszelf, wat haptonomisch gezien bevestigend is.

Met bevestiging wordt in de haptonomie gedoeld op het beginsel dat de ander goed is, zoals hij of zij is. Bevestigen houdt een gevoelsmatige interactie in, waarbij het persoonlijk goed zijn van de ander - niet altijd zozeer verbaal - kenbaar wordt gemaakt. Dit lijkt een open deur, maar is lang niet altijd zo vanzelfsprekend.

Bevestiging in existentiële zin kan verrassend genoeg leiden tot een beleefde ‘zelfstandigheid' - autonomie (Veldman Sr. 1987 pag. 176), ongeacht de aanwezigheid van beperkingen, en is gestoeld op wederkerige gelijkwaardigheid. De affectieve bevestiging is een fundamentele voorwaarde om de authenticiteit - echtheid van de ander tot zijn recht te laten komen (Veldman Sr. 1987 pag. 268).

Het is deze persoonlijke verdieping van de professionele zorgverlening die verwijst naar de stelling dat haptonomie beschouwd kan worden als de basis van PDL.

In het Werkboek PDL wordt expliciet aandacht besteed aan haptonomie (Werkboek P.D.L. 1991 pag. 5 - 6j). Een haptonomische benadering wordt dan ook opgenomen in de werkwijze van PDL.

Men zou kunnen zeggen dat PDL, als zodanig een toepassing is van haptonomie (evenals bijvoorbeeld de klinische kinesionomie (Veldman Sr. 1977; van Benten et al 2005) en haptonomische zwangerschapsbegeleiding).

Tot zover de plaats van haptonomie binnen PDL en hun onderlinge relatie.

De toepassing van haptonomie

In het werkboek PDL (werkboek P.D.L. 1991 pag. 5) wordt haptonomie, naast het gebruiken van handzettingen en schommelbewegingen, genoemd als manier om te komen tot ontspanning. Dit ter voorkoming van contracturen en ter bevordering van het welbevinden.

Zoals het voorgaande aangeeft voert het toepassen van haptonomie echter verder dan het uitvoeren van een techniek.

Het begint er al mee met hoe de verzorgende ‘in haar of zijn vel zit' en of diegene zichzelf zodanig kan aanspreken dat zij of hij (zich) onbevooroordeeld kan afstemmen op de ander.

Dit speelt zich bij wijze van spreken al af op de gang.

Vervolgens komt de verzorgende de letterlijke en / of figuurlijke ruimte van de ander binnen.

Wat betreft de letterlijke ruimte, zoals de kamer, is het soms een kunst om deze zich in zekere zin eigen te maken (bijvoorbeeld door geur, stank, hygiëne of inrichting), zo dat men zich er vrij in kan bewegen en onbelemmerd de ander tegemoet kan treden.

Wat betreft de figuurlijke ruimte: dit is de ruimte waarin mensen zich automatisch tot elkaar richten. Hall onderscheidt 4 zones:

  • maatschappelijke zone (vanaf meer dan 3 á 4 m afstand tot zover de zintuiglijke waarneming reikt). In deze ruimte hoeft men geen notitie van elkaar te nemen, eventueel kan men elkaar even ontmoeten in een begroeting zonder een gesprek aan te gaan.

  • sociale of ontmoetingszone (1.20 m tot 3 á 4 m). In deze ruimte vinden alle sociale contacten tussen mensen plaats en is men vaak geneigd een gesprek te beginnen. Het is moeilijk om de ander te negeren.

  • individuele zone (45 cm tot 1.20 m). Mensen ontmoeten elkaar in deze ruimte voor een strikt persoonlijk contact, bijvoorbeeld een vertrouwelijk gesprek.

  • nabijheidzone (tot 45 cm afstand = armlengte). In deze ruimte wordt de nabijheid van de ander als intiem ervaren. Tastbaar troosten, beschermen of liefhebben behoeft deze nabijheid. Het kan zijn dat mensen gedwongen zijn samen in deze ruimte te zijn. Vaak geeft dit een ongemakkelijk gevoel of spanning, wat zich kan uiten in terugtrekken, een passieve opstelling of zelfs agressie.

Het kan zijn dat de verzorgde, door bijvoorbeeld doof- en / of blindheid een kleiner bereik heeft. Ook bijvoorbeeld bij latere stadia van dementie (stadium III ‘Het verborgen IK' en stadium IV ‘Het verzonken IK', zoals wordt onderscheiden door Rien Verdult; Rien Verdult 1997) heeft de verzorgde beperkte of geen mogelijkheden zich in de verschillende zones te begeven.

Wanneer de zorgverlener zich hiervan bewust is, zal hij of zij nauwkeuriger kunnen intunen op de verzorgde.

Ter overbrugging van de zones valt er wat voor te zeggen dat aanraken, wat plaats vindt in nabijheidzone, een soort gesprek is, met dien verstande dat er sprake is van een directe wisselwerking, zoals in de individuele zone en tot op zekere hoogte ook in de sociale of ontmoetingszone.

Het haptonomische affectieve-psychotactiele contact vergt een intieme nabijheid, waarbij het zogenaamde PTP-principe (Veldman sr. 1987 pag. 356 en 357):

  • Presentie (er voor de volle 100% zijn)

  • Transparantie (doorzichtig-, duidelijkheid)

  • en Prudentie (respect)

is vereist. Vertrouwen en zekerheid zijn kenmerken van het haptonomisch contact en komt tegemoet aan een natuurlijke behoefte tot veilige geborgenheid. Mensen zijn immers gebouwd op contact en wel op affectief bevestigend contact (Veldman sr. 1987 pag. 66).

De mogelijkheid om PDL toe te passen binnen deze haptonomische context is afhankelijk van de mate waarin zowel de verzorgende als de verzorgde vertrouwd zijn met en / of gekwetst zijn in deze vorm van intimiteit.

Hier komt het levensverhaal van de verzorgde, maar ook van de verzorgende om de hoek kijken.

Vroeg overlijden van één van de ouders of van een partner, verstoord contact met de kinderen, concentratiekampervaringen of andere gebeurtenissen die mensen aan den lijve hebben ervaren kunnen van grote invloed zijn op het beleven van de verzorging in de intieme sfeer, waarbij overigens het PTP-principe wordt gehandhaafd.

Maar ook de verzorgende heeft eigen ervaringen op het gebied van bevestiging en intimiteit.

Het is goed om enig zicht te hebben op de eigen drijfveren om zorgverlener te willen zijn, van waaruit een verdere groei m.b.t. persoonlijke professionele ontwikkeling mede mogelijk is (Bosch 2000).

Aanraken als gesprek, als vorm van communicatie, draagt bij aan het zelf- en lichaamsbeeld, waarvan de ontwikkeling overigens een continu proces is, dat doorgaat van de wieg tot het graf.

Het kan zelfs zijn dat mensen, bij wijze van spreken passief scoren op aanraken (als 0de, of ter relevante verhoging van het PDL-cijfer, 8e PDL-factor). Dat wil zeggen dat mensen geen initiatief meer kunnen nemen om een ander aan te raken en / of contact te maken met hun omgeving.

Het is daarom van groot belang zich te realiseren wat de betekenis van het aanraken is bij de verzorging van PDL-geïndiceerde mensen.

Aanraking (letterlijk en figuurlijk) - tast - gevoel - emotie - gevoelsleven is in de haptonomie een onverbrekelijke aaneenschakeling om tot menszijn te komen.

Met betrekking tot de vroege ouder-kind-relatie wordt wel gesproken over ‘het voelen gevoed' (Veldman sr. 1987; Knaapen 1992) en alle gevolgen van dien wanneer het hieraan ontbreekt.

Voelen wat gevoed moet worden om mens te zijn en zich te kunnen ontwikkelen, eventueel ook in het afronden van het leven, is een mooie beeldspraak om onze menselijke behoefte aan contact in het aanraken gestalte te geven.

Mensen vormen juist door het ontvangen van deze aanrakingen een beeld van hun lichaam, en daarmee ook van zichzelf. Zo kunnen we een lichaam hébben wat gewassen wordt, waarbij het gaat om het objectief waarneembare lichaam.

Maar ook kunnen we ons lichaam zíjn. Hierbij gaat het om de gevoelde lichamelijkheid. Het wassen kan dan, ondanks pijn of beperkingen, toch als weldadig worden ervaren.

In de haptonomie wordt een dergelijk algemeen lichamelijk (wel-)zijnsgevoel, een existentieel "algeheel-gevoel" koinesthesie genoemd (Veldman sr. 1987 pag. 50).

In deze be-leving van het lichaam dragen we onze kwetsbaarheid naar buiten, en kan een ontmoeting, verwijlen in een gezamenlijk beleefde werkelijkheid, ‘gebeuren'.

Deze ontmoetingslichamelijkheid kan de zones van Hall overstijgen en begint inderdaad al op de gang.

Basis als begrip uit de haptonomie

In de titel van deze workshop ‘Haptonomie als basis van PDL' is ook een woordspeling verweven, die mogelijk alleen opgemerkt kan worden door mensen die bekend zijn met haptonomie.

‘In de basis' is een veel gebruikte term binnen de haptonomie. Zo kan men liggen, zitten, staan en lopen in zijn basis.

De basis wordt beschouwd als het gebied van waaruit houding en beweging (en dus ook verzorging!), zowel fysiek als gevoelsmatig, kan plaats vinden.

Het is goed ons te realiseren dat dit gebied lang niet altijd even toegankelijk is. Er vanuit gaand dat lichaam en geest/ziel één zijn, kan gesteld worden dat onze ervaringen liggen opgeslagen of zijn vertaald in ons lichaam. Dit heeft gevolgen voor het kunnen (be)leven (van) in de basis.

Inhoud van de workshop

Tijdens de workshop zullen er uitgebreid ervaringen kunnen worden opgedaan met betrekking tot het herkennen - bij zichzelf en de ander - van het al dan niet in de basis zijn. Ook zullen er aanwijzingen worden gegeven hoe zichzelf of een ander in de basis gebracht kan worden.

Vervolgens wordt er een link gelegd naar de dagelijkse praktijk van het verzorgen; zowel wat betreft de toenadering, als het reduceren van spanning en het nemen van maatregelen, inzetten van voorzieningen en aanpassen van handelingen.

 

Annette Beeftink
PRESENZ / Praktijk Bewegingstherapie
Hugo de Grootstraat 37a
1215 CX Hilversum
www.praktijkbewegingstherapie.nl
info@praktijkbewegingstherapie.nl

 

Literatuurlijst

Werkboek P.D.L. / [Werkgroep P.D.L. van verpleeghuis ‘de Samaritaan'; eindred. J. van Eijle; Middelharnis, Mobicare 1991; ISBN 90-5379-001-2

Veldman, F. (sr.); Haptonomie - wetenschap der affectiviteit; Utrecht, Uitgeverij erven J. Bijleveld, 1987; ISBN 90-6131-976-2

Veldman, F. (sr.); Lichte Lasten - kinesionomie bij de verzorging en behandeling van patiënten; Leiden, Spruyt, van Mantgem & De Does, 2e druk, 1997; ISBN 90-238086-7-3

Veldman, F.R. (jr.); In contact zijn - authentieke haptonomie, een andere kijk op hulpverlenen; Assen, Koninklijke van Gorcum, 1e druk, 2004; ISBN 90-232-39989

Gerritse, T.A.C.M.; Over kleine dingen; Maarssen, Elsevier Gezondheidszorg, 2e druk 2002; ISBN 90-353354-0-6

Benten, A. van (contactpersoon van de Werkgroep Klinische Kinesionomie Noord-Nederland); Verplaatsingstechnieken - benaderingswijze, houding, techniek, preventiebeleid, hulpmiddelen; Hardenberg, PARAAD UITGEVERIJ, 7e druk, 2005; ISBN 90-803133-3-5

Verdult, R; Contact in nabijheid - snoezelen met ernstig demente mensen; Leuven; Amersfoort, Acco, 1e druk, 1997; ISBN 90-334380-5-4

Bosch, I.; De herontdekking van het ware zelf; Houten, van Holkema & Warendorf, 1e druk 2000; ISBN 90-269234-6-5

Knaapen, M.; Het voelen gevoed; 5e druk, 1992; ISBN 90-800092-1-10

  © 2001-2010 Stichting PDL
Powered by Etomite CMS.