Wanneer je niet meer kunt en ook niet meer hoeft………….
Een kwalitatief onderzoek naar de effecten van PDL op hulpvragers en hulpverleners.
Mw. Nory Tromp Trainer Zorggroep Solis, Deventer Dhr. Gerrit de Graaf Kwaliteitsfunctionaris, Zorggroep Solis, Deventer
1. Achtergrond en aanleiding van het onderzoek
Zorggroep Solis constateerde eind jaren negentig dat medewerkenden het moeilijk vonden om te bepalen op welke wijze men psychogeriatrische zorgvragers, die in het eindstadium van dementie verkeren, het beste kon benaderen, begeleiden en verzorgen. De benaderingswijze tot dan was van activerende aard. Bij deze benaderingswijze werd geconstateerd dat zorgvragers afwerend reageerden op het activeren en dat een gedeelte van de zorgvragers er onrustig op reageerden. De onrust uitte zich in het angstig en verschrikt kijken en het maken van terugtrekkende bewegingen tijdens het verzorgen. Zorgverleners voelden aan dat ze de zorgvragers op een andere wijze moesten bijstaan en benaderen tijdens het dagelijks leven. Zorggroep Solis heeft zich verdiept in de overige gangbare benaderingswijzen en heeft zich, na inventarisatie, vooral gericht op PDL ( Passiviteit Dagelijks Leven). In hechte samenwerking met de Stichting PDL heeft Zorggroep Solis zich verdiept in de PDL systematiek en op welk wijze men PDL zou kunnen implementeren binnen de psychogeriatrische zorgverlening.
In 1998 is door Zorggroep Solis de definitieve keuze gemaakt om PDL te implementeren. Er is een intensief scholingstraject gestart, een plan van aanpak en implementatie geschreven. Van daaruit is men PDL gaan toepassen op één afdeling en men heeft gekeken hoe bewoners daarop reageerden en hoe de verwanten en zorgverleners deze benaderings-, begeleidings- en verzorgingswijze beoordeelden. De reacties waren positief. Zorgvragers werden rustiger, minder angstig en maakten een ontspannen indruk. Verwanten constateerden deze veranderingen ook en reageerden positief. Na deze constateringen is door Zorggroep Solis PDL op alle psychogeriatrische afdelingen geïmplementeerd. In het jaar 2000 is Zorggroep Solis, als eerste Noord-Nederlandse zorginstelling, PDL gecertificeerd.
Om de effecten van PDL, binnen Zorggroep Solis, inzichtelijk te maken bij zowel hulpvragers als hulpverleners is er in 2005 een onderzoek verricht met de volgende vraagstelling:
Wat zijn de effecten van PDL op psychogeriatrische zorgvragers in de laatste drie stadia van dementie, waarbij passiviteit en passiviteitcomplicaties op de voorgrond staan, bezien vanuit de perceptie van hulpverleners binnen Zorggroep Solis en is het toepassen van PDL van invloed op deze hulpverleners?
Dit onderzoek betreft een kwalitatief onderzoek waarbij als onderzoeksmethode de Gemodificeerde Grounded Theory is toegepast.
Voor de dataverzameling is gekozen voor het halfgestructureerde interview. De data, gegenereerd uit de halfgestructureerde interviews, zijn beschreven aan de hand van de beschrijvende fenomenologie.
De resultaten en aanbevelingen hebben betrekking op hulpvragers en hulpverleners.
2. Algemene conclusie en aanbevelingen in relatie tot de vraagstelling
De onderzoeker is te werk gegaan volgens het trechtermodel. Met andere woorden vanuit de deelvragen wordt de vraagstelling beantwoord en van daaruit wordt gekeken of de doelstelling van dit onderzoek behaald is.
Schematisch ziet dit er als volgt uit:


3. Effecten op hulpvragers
Welbevinden in het onderzoek
De onderzoeker verstaat in relatie met de te onderzoeken doelgroep onder welbevinden:
een toestand van lichamelijke - en geestelijke ontspanning. Indicatoren voor lichamelijke- en geestelijke ontspanning zijn 1. ontspanning, 2. angst en 3. onrust. De begripsomschrijvingen en de bevindingen uit dit onderzoek worden onderstaand toegelicht.
1. Ontspanning.
Onder ontspannen wordt in dit onderzoek verstaan het tegenovergestelde van gespannen (De Dikke van Dalen, 1995: 966).
De Dikke van Dalen omschrijft gespannen als volgt: strak getrokken, waarin spanning is; volop in werking (gespannen aandoet); waarin een uitbarsting dreigt.
De onderzoeker heeft voor ontspannen de volgende omschrijving gehanteerd: Een toestand waarin de hulpvrager a. geen overmatige spierspanning heeft, b. niet totaal in beslag wordt genomen en c. waarin geen uitbarsting dreigt ten gevolge van ziekelijke angst. Hieronder worden de effecten van PDL op A. geen overmatige spierspanning, B. niet totaal in beslag wordt genomen en C. waarin geen uitbarsting dreigt ten gevolge van ziekelijke angst weergegeven.
A. Geen overmatige spierspanning
Het gebruik van de korrelmatras en de PDL stoel draagt volgens de informanten bij aan ontspanning. Uit observatie, door de informanten, blijkt dat hulpvragers een ontspannen indruk maken als ze liggen op de korrelmatras of zitten in een PDL stoel. Dit blijkt uit de volgende uitspraken gedaan door informanten: a. hulpvragers liggen na 10 minuten gestrekt op de korrelmatras; b. hulpvragers vallen in slaap in de PDL stoel;
De fysiotherapie constateert een afname van consultaanvragen voor hulpvragers met contracturen.Dit impliceert dat er een afname is van verkorting van de tonische spieren (houdingsspieren) bij hulpvragers waardoor flexiestand van m.n. ellebogen, knieën en heupen wordt voorkomen (Eyskens, & Deen, 1996).
B. Hulpvragers worden niet totaal in beslag genomen
Doordat er niets van de hulpvragers wordt verwacht heeft dit effect op het gedrag van hulpvragers. Hulpvragers worden niet meer volledig in beslag genomen door het verrichten van dagelijkse handelingen als, wassen, verschonen etc. Een rustige omgeving (door de één op één relatie), de muziek, oogcontact dragen hieraan bij en zijn voorwaardenscheppend in deze.
C. Waarin geen uitbarsting dreigt ten gevolge van ziekelijk angst.
Het niet meer begrijpen, door hulpvragers, wat er verwacht wordt is een stimulator om tot een uitbarsting te komen. Doordat er niets wordt verwacht van de hulpvrager wordt deze stimulator niet geactiveerd.
2. Angst
Angstbeleving draagt ertoe bij dat zorgvragers zich niet kunnen ontspannen wat van negatieve invloed is op het geestelijk welbevinden. Een tweede negatieve invloed op het geestelijk welbevinden is het ontstaan van onrust t.g.v. angstbeleving. Er zijn verschillende soorten angst (Tanghe & Waele, 2002) namelijk: a. anticiperende angst, b. paniek en c. ziekelijke angst.
Effect van PDL op angst.
Het toepassen van PDL voorkomt angstgevoelens. De één op één benadering is positief van invloed op de angstbeleving door hulpvragers. Hulpvragers richten zich op die ene hulpverlener en door de rustige omgeving neemt angst af. Het vermijden en voorkomen van onverwachte geluiden draagt ertoe bij dat er geen angstgevoelens worden opgeroepen. Het minder trekken aan bewoners, tijdens de hulpverlening, draagt er toe bij dat hulpverlening d.m.v. soepele bewegingen geschiedt, met als gevolg een afname van abrupte bewegingen die angst kunnen oproepen bij hulpvragers.
3. Onrust
Onder onrust wordt verstaan: De uitingswijze op (ziekelijke) angst (Tanghe & Waele, 2002). In dit onderzoek betreft het psychogeriatrische hulpvragers.
Effect PDL op onrust
Doordat er geen hoge verwachtingen worden gesteld aan de hulpvrager is er geen sprake van een discrepantie tussen wat gevraagd en geleverd kan worden. Dit leidt tot een toename van rust en een afname van onrust.
Zoals hierboven al omschreven is er sprake is van ontspanning en het voorkomen van angst. Hierdoor wordt geen reactie opgeroepen bij hulpvragers. Onrust zal hierdoor voorkomen worden.
Conclusie
PDL heeft een positieve invloed op het welbevinden van psychogeriatrische hulpvragers. Doordat er geen verwachtingen zijn ten aanzien van inzet door de hulpvrager, met betrekking tot de dagelijkse levensverrichtingen, is de kans dat er sprake is van overbelasting van de hulpvrager nihil. Dit resulteert in een toename van ontspanning. Door deze non verwachtingen en de rustige omgeving worden er geen omstandigheden gecreëerd waarop hulpvragers behoeven te reageren met angst. Doordat er geen angstgevoelens opgeroepen worden heeft dit een positief effect op het voorkomen van onrust. In relatie met elkaar is het te zien als een ketenreactie waarin sprake is van een verhoogde ontspanning, met als effect voorkomen van angst, wat leidt tot afname van onrust.
Schematisch ziet het er als volgt uit:
 
4. Effecten op hulpverleners, binnen Zorggroep Solis, die werken volgens PDL.
De effecten van PDL op hulpverleners zijn onder te verdelen in: visie op zorgverlening, lichamelijk / mentaal, relatie met hulpvrager / kwaliteit van het contact en beleving kwaliteit van werk.
Visie op zorgverlening
Onder de visie over PDL wordt verstaan: het complex van handelingen, maatregelen en voorzieningen dat bijdraagt tot optimale begeleiding, verzorging en verpleging van mensen bij wie zelfzorgtekorten niet zijn terug te dringen. Rabe (1993) voegt hieraan toe dat het geen communicatieve benaderingswijze is, maar een visie op het verzorgen van diep dementerenden en ernstig gehandicapten. Hulpverleners delen deze visie en ervaren het nu als zo normaal dat ze eerst moeten nadenken hoe de werkwijze was voor introductie van PDL. Met betrekking tot acceptatie stelt Erik Bosch (1998) dat acceptatie een actief proces is. Het is een voortdurend zich actief instellen op de belevingswereld van de ander, op diens eigenheid en als zodanig voorwaarde voor ontwikkeling en veranderingen.
Mocht dit laatste niet meer mogelijk zijn, dan is acceptatie als middel niet meer voldoende, dan is het doel van opvoeding en begeleiding. Bij PDL is acceptatie tot doel verworden. Wanneer er een relatie gelegd wordt tussen de omschrijving van Erik Bosch, zoals hierboven beschreven, en de situatie binnen Zorggroep Solis, is te concluderen dat de visie over PDL volledig is ingebed. Dit heeft als effect dat hulpverleners zich volledig instellen op de belevingswereld van de hulpvragers, met als effect positieve stimulatie van vraaggerichtheid.
Onderstaand worden de effecten van PDL op A. lichamelijk en mentale belasting van hulpverleners, B. de relatie met hulpvrager/ kwaliteit van het contact en C. de Beleving kwaliteit van werk weergegeven.
A. Lichamelijk / mentaal
Hulpverlener ervaren het toepassen van PDL als minder lichamelijk belastend. De materialen zijn hierbij voorwaardenscheppend. Vooral de passieve tillift, de korrelmatras, en de PDL kleding zijn hierbij sterk van invloed. De benaderingswijze, de één op één relatie tussen hulpvrager en hulpverlener en een rustige ongestoorde werkomgeving dragen bij tot rust en ontspanning van hulpverleners.
B. Relatie met hulpvrager/ kwaliteit van het contact
De één op één relatie is van positieve invloed op de kwaliteit van het contact. Er is meer en intensievere aandacht vanuit hulpverleners voor hulpvragers. Doordat men alleen werkt en men niet gestoord wordt is de hulpverlener meer geconcentreerd op de hulpvrager, waardoor de relatie positief wordt beïnvloed. Hulpverleners beleven dit als meerwaarde in hun werk.
C. Beleving kwaliteit van werk
Het toepassen van PDL wordt door hulpverleners als uitdaging gezien. Kwaliteit van werk wordt voor zowel hulpvrager als hulpverlener als beter geclassificeerd. Er is een sterke relatie tussen de items die aangegeven worden vanuit hulpverleners voor zichzelf en voor de hulpvrager. De wederzijdse beïnvloeding is sterk met als grootste bindende factor rust, die voorwaardenscheppend is voor ontspanning, intensiever contact en een vraaggerichte wijze van werken. Opmerkelijk is dat zowel de fysiotherapie als logopedie aangeven dat de tijdsinvestering van deze disciplines op de psychogeriatrische afdelingen is afgenomen. De fysiotherapie geeft aan dat men bijna niet meer op de afdeling komt; de logopedie praat over een reductie in tijd van 50%. Vanuit deze hulpverleners wordt dit als positief ervaren omdat men 1. zich meer kan richten op hulpvragers waarbij stimulatie wel effectief is en 2. van mening is dat vanuit professie gezien hun bijdrage naar deze groep hulpvragers minimaal effectief is en voornamelijk reactief van aard. Te denken valt hierbij aan het doorbewegen bij contracturen, wat voor invoering van PDL door de fysiotherapie werd gedaan.
Conclusie
De visie over PDL is volledig gedragen en ingebed, waardoor hulpverleners zich volledig instellen op de belevingswereld van hulpvragers. PDL hulpmiddelen dragen bij tot vermindering van de lichamelijke en geestelijke belasting van hulpverleners. Het toepassen van PDL is van positieve invloed op rust en ontspanning van hulpverleners De relatie tussen hulpvrager en hulpverleners is in intensiteit toegenomen door te werken volgens PDL. De kwaliteitsbeleving van het werk is verbeterd na invoering PDL.
Afsluiting
Hoewel ik geprobeerd heb om "beknopt" mijn onderzoek en de daarbijbehorende onderzoeksresultaten, weer te geven kan het zijn dat u vragen of behoefte heeft aan het complete onderzoeksrapport. Is dit het geval dan kunt u mij mailen op het volgende mailadres: gerritdg@xs4all.nl of mobicare@stichtingpdl.nl |